Technische terminologie

Glossarium van technische termen

Alkydharsbindmiddel

Alkydharsen bevatten ongeveer 20-70% olie en zijn bindmiddelen die de goede eigenschappen van zowel oliën als harsen in zich verenigen. Ze worden verwerkt tot strijk- of spuitlakken en gebruikt voor bijvoorbeeld corrosiewerende lakverven en radiatorlakverven.

Acrylharsen

Hieruit worden fysisch drogende lakken en lakverven vervaardigd, die voor bijna alle ondergronden geschikt zijn. Bij de luchtdrogende types zijn acrylharsen bindmiddelen op zich of worden ze met een speciale nitrocellulose en fenolhars gecombineerd. Acrylharslakken bevatten doorgaans weinig of geen oplosmiddelen.

Bindmiddel

Een bindmiddel is het niet-vluchtige deel van een verf zonder pigment en vulstof, maar met weekmakers, droogmiddelen en andere niet-vluchtige hulpstoffen. Het bindmiddel verbindt de pigmentdeeltjes onderling met de ondergrond en vormt zo samen met de ondergrond de afgewerkte deklaag. In verven zonder pigmenten en vulstoffen bestaat het bindmiddel uit alle niet-vluchtige bestanddelen.

Decontamineerbaar

Bestand tegen desinfecteermiddelen. Conform goedkeuring at1353. De meest gebruikte desinfecteermiddelen werden getest en vormen geen enkel risico op onder meer schadelijke effecten, verkleuring of blaasvorming in de filmlaag.

Egaliseren

Het aanbrengen van een grondverf die een neutraliserende (egaliserende) invloed op het absorptievermogen van de ondergrond heeft. De bovenliggende verflaag wordt dan gelijkmatig door de ondergrond opgenomen. Zo worden vlekkerige kleurschakeringen vermeden.

Emissies

Benaming voor gasvormige, vloeibare of vaste stoffen die uit installaties of technische procedés in de atmosfeer vrijkomen.

Epoxyharsen (EP)

Epoxyharsen zijn kunstharsen die in combinatie met hardingsmiddelen vernetten. Ze kenmerken zich door een zeer hoog hechtvermogen op uiteenlopende ondergronden, zijn hoog belastbaar en zeer goed bestand tegen water en chemicaliën.

Vaste stoffen

De vaste stoffen van een lak of verf zijn het deel van de deklaag dat na verwijdering van alle vluchtige bestanddelen (vervliegen van het oplosmiddel in bepaalde testomstandigheden) achterblijft.

Laagdikte

Dikte van een verflaag gemeten in micrometer. 1 micrometer is = 1/1000 mm. De drooglaagdikte (dikte van de bovenlaag) kan bij het aanbrengen tussen enkele micrometers en verscheidene millimeters bedragen.

Schimmeldodende dekmiddelen

Bevatten gifstoffen om schimmels en andere micro-organismen te doden; zo bevatten bijvoorbeeld impregneermiddelen voor houtbescherming additieven tegen blauwschimmels in naaldhout en zijn dus schimmeldodend. Schimmeldodende middelen worden ook als additieven voor pleister en deklagen gebruikt, om ze op middellange termijn te beschermen tegen algen en mos.

Glansgraad

Glans is een zintuiglijke waarneming, veroorzaakt door de min of meer gerichte weerkaatsing van lichtstralen op een oppervlak. De glans kan worden beoordeeld aan de hand van de reflectometerwaarde conform DIN 67530. Afkortingen: M = mat, ZM = zijdemat, ZG = zijdeglanzend, GL = glanzend, HG = hoogglanzend.

Hydrofobering

Het waterafstotend of onbrandbaar maken van weefsels, hout, beton en pleister door het te doordrenken met niet-laagvormende impregneermiddelen.

Lichtechtheid

Conform DIN 53231 de bestendigheid van verven tegen veranderingen die worden veroorzaakt door de inwerking van de globale straling in aanwezigheid van vocht. Deze veranderingen omvatten onder meer glans- en tintveranderingen en krijting.

Oplosmiddelen

Stoffen waarin een andere stof wordt opgelost. Bij dekmaterialen vervliegen vloeistoffen. Voor een dispersie is dit water, voor lakken snelvluchtige oplosmiddelen, middelvluchtige oplosmiddelen en langzaam vluchtige oplosmiddelen.

Schrobvastheidsklasse

De schrobvastheidsklasse conform DIN EN 13300 beoordeelt de bestendigheid van de laag tegen herhaald reinigen. In een genormeerde testmethode met een schuurtesttoestel wordt de afname van de laagdikte van de deklaag gemeten. De dekstoffen worden dan in een schrobvastheidsklasse van 1 tot 5 ingedeeld. Al onze verven worden getest volgens deze norm. De norm verdeelt de verven onder in vijf klassen, waarbij klasse 1 het beste resultaat aangeeft. Slijtvaste verven hebben een zeer duurzame droge filmlaag. Dat houdt in dat de ruimte achteraf minder vaak moet worden herschilderd.

Penetreren (doordringen)

Het indringen van het dekmiddel in de poriën van de ondergrond. Het doel hiervan is een goede verankering van de laag in de ondergrond.

Dauwpunt

Is de temperatuur in graden Celsius waarbij het vermogen van de lucht om waterdamp op te nemen, ophoudt. Bij de dauwpunttemperatuur is de lucht voor 100% met damp verzadigd. Bij afkoeling condenseert het water in de lucht gedeeltelijk en vormt het nevel of slaat het als dauw neer.

Thixotroop

Thixotropie is de eigenschap van bepaalde stoffen die in rust gel-achtig en zeer viskeus zijn, om bij toevoer van energie, bijv. roeren, strijken of schudden, vloeibaar te worden. Wanneer ze weer in rust zijn, zoals een thixotrope verffase na het roeren, nemen ze weer hun oorspronkelijke toestand aan. Deze verandering kan naar believen worden herhaald.

Verwerkingstijd (potlife)

Tweecomponentenmaterialen moeten na vermenging van de beide componenten, bijv. stamlak en verharder, binnen een aangegeven tijd worden verwerkt. Als deze tijd wordt overschreden, verhardt de verf ook in de pot. Werktuigen en toestellen die binnen de aangegeven verwerkingstijd niet worden schoongemaakt, kunnen niet meer van de verf worden gescheiden.

Urethaanbindmiddel

Als bij de productie van lakken en lakverven urethaanbindmiddelen worden gebruikt, zijn die in vergelijking met de gebruikelijke alkyd- of acryllakverven harder en beter bestand tegen water, oplosmiddelen en chemicaliën. Bovendien harden deze dekmiddelen sneller door.

UV-bescherming

De stralen van het daglicht en vooral de UV-stralen beschadigen het houtoppervlak in combinatie met vocht door afbraak van de lignine. Dit wordt eerst zichtbaar door een bruine verkleuring. Er ontstaan in water oplosbare afbraakproducten van de lignine, die door de regen worden weggespoeld. Het houtoppervlak vertoont dan afhankelijk van de aantasting door blauwschimmels een zilvergrijze tot zwarte verkleuring. In dit stadium is de draagvastheid van het houtoppervlak voor dekmiddelen niet meer gegarandeerd. Om dit fysische effect te voorkomen, bevatten houtlazuurverven pigmenten met UV-beschermende eigenschappen.

Ventilerend

Verven laten een zekere vochtuitwisseling toe tussen ondergrond en omgeving. Ze ventileren. Ventilatiefactoren zijn de doorlaatbaarheid van ventilatielakken in vergelijking met een normaal verfsysteem.

Vergeling

Het aannemen van een ongewenste geelachtige tot bruine vale tint, veroorzaakt door de eigenschappen van bepaalde bestanddelen van het verfmiddel. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vergelingen in rechtstreeks licht, vergeling onder afsluiting van licht, vergeling door de inwerking van hitte en ammoniakvergeling. Het begrip vergeling heeft vooral betrekking op witte lakverven. Bij de vroegere lijnoliën en alkydharslakverven was de vergeling zeer uitgesproken. Tegenwoordig zorgen verschillende bindmiddeladditieven o.a. voor een betere lichtechtheid. Toch worden voor cruciale voorwerpen beter lakverven op acrylbasis gebruikt.

Vernetting

Vorming van een driedimensionaal moleculair netwerk. Treedt op bij de laagvorming van talrijke verven. De lange moleculeketens van bindmiddelen worden bijv. door opname van zuurstof uit de lucht of door warmte met elkaar verbonden.

Verzeping

De chemische splitsing van esters, zoals alkydharsbindmiddelen, in de bestanddelen zuur en alcohol. Bij alkydharsen gebeurt dit door verschillende soorten logen. Dit betekent dat alkydharsbindmiddelen niet geschikt zijn voor alkalische ondergronden, zoals beton- en cementpleister.

Voedingsattest

Voedingsattesten worden door onafhankelijke controleorganismen toegekend aan producten die beantwoorden aan de Europese richtlijnen en de Belgische wetgeving op het gebied van materialen en voorwerpen die in contact komen met voedingsmiddelen.

"VOC"-richtlijn 2010

Een Europese richtlijn die de emissie van de verven beperkt.

Viscositeit

Beschrijft de taaiheid van een vloeistof. De viscositeit wordt gemeten met een meetbeker conform DIN 53211.

Waterdampdoorlatend en waterdampdiffusie

Het doordringen van waterdamp door verflagen. Bijzonder belangrijk voor deklagen van vochtige ondergronden, vooral als ze aan uitzetting en krimping onderhevig zijn. Metselwerk en pleister moeten voor de waterdampdiffusie zorgen, zodat het vocht aan beide zijden kan wegtrekken.

Reukarm

Verf wordt beschouwd als reukarm wanneer ze geen enkele hinderlijke geur verspreidt. Tijdens het aanbrengen en het drogen van de verf is er bijgevolg geen storende emissie voor de schilder of de omgeving.

RM Wit

RM staat voor 'Ready-mix', wat betekent dat het product tijdens de productie wordt aangekleurd. RM gaat vaak samen met de kleuren wit of Ral 9010.

Tweecomponentenlak

Reactielakken en lakverven, die pas kort voor de verwerking in een nauwkeurig bepaalde verhouding worden gemengd.